5th
Romantische Verlichting (nee, geen kaarslicht)
Ik ben een rationalist.
Denk ik.
Voila, daar heb je ‘t al.
Ik heb laatst een boek gelezen getiteld “De Rationalist”. Het hoofdpersonage werd geïntroduceerd als rationalist, maar ik vond hem aan het eind van het boek veel meer een gevoelsmens, terwijl de vrouw die werd voorgesteld als Romantica uiteindelijk heel berekenend bleek te zijn.
Volgens mij ben ik het gevoelsmens dat zich verschuilt achter logica en rede uit pure angst voor de excessen van emoties. Ik kan niet op een berg staan en van het uitzicht genieten met een wat gezonde hoogtevrees, omdat ik ga staan beredeneren hoe ver ik naar beneden zou kunnen vallen, met wat voor snelheid en versnelling, hoe hard ik neer zou komen, wat ik allemaal zou kunnen breken en hoe lang ‘t zou duren voordat ‘t weer genezen zou zijn, of ik ‘t überhaupt zo overleven.
Ik ben een escapist. Geen Romantisch escapist, zoals in de vroege 19e eeuw, toen intellectuelen zichzelf en de maatschappij ontvluchtten door zich te verliezen in de natuur waarin je toen nog terecht kon komen als je de stad verliet. Ik ontvlucht mijn eigen geluk en mijn eigen verdriet, mijn toppen en mijn dalen, door me te verliezen in een doolhof van logische redeneringen en afstompende rede.
Ik weet niet wie ooit de term ‘Verlichting’ heeft bedacht voor het tijdperk van de rede, maar die perso(o)n(en) zou(den) we geestverruimende middelen moeten voeren (die de Romantici waarschijnlijk in overvloed vonden tijdens hun beschaving-ontwijkend gedrag), om hem erop te wijzen dat de enige waarheid de ervaring is.
Ik heb ooit eens een film gezien - “Falkenburg Farewell” - waarin een jongen, na de beste en mooiste zomer ooit te hebben beleefd, zichzelf door het hoofd schoot. Omdat hij niet geloofde dat hij ooit weer zo gelukkig zou kunnen worden.
Of zal ik gewoon ophouden met denken in extremen en gewoon… gewoon…
…wat eigenlijk?