19th
Is daar iemand?
Met een zwaar gemoed dacht ik de laatste tijd aan mijn blog. Mijn nog zo jonge, stuurloze blogje, dat ik helemaal alleen in de wildernis van de virtuele wereld heb achtergelaten, ten prooi aan eenzaamheid en digitale struikrovers.
Ik vond dat het weer eens tijd werd om iets te posten, ook al wordt het misschien niet gelezen. Dit is een moedige poging om mijn blogje wat af te stoffen, op te poetsen en weer toonbaar te maken aan de wereld.
Zoals hiernaast (nog steeds) te lezen staat, was ik bij het beginnen van dit blog al bang dat dit zou gebeuren: de nieuwigheid zou eraf gaan, ik zou geen tijd meer maken om regelmatig te schrijven en mijn blogje zou langzaam wegzakken in de diepe krochten van de vergetelheid. Een spookblog zou ze worden (het lijkt heel natuurlijk om mijn blogje een ‘zij’ te noemen) en ze zou zeer waarschijnlijk ook regelmatig door mijn hoofd komen spoken.
Hoe is het mogelijk dat ik me schuldig voel tegenover een stel pixels en hyperlinks? Het lijkt werkelijk alsof ik iets levends, iets met een eigen wil en karakter en ambities, haar leven ontzeg. Misschien werken blogs wel net als de tamagochi’s, die computerhuisdiertjes, zoals Paul van Loon ze in een van zijn Griezelbusverhalen heeft beschreven. De computertjes bevatten een monsterlijke ziel, die voeding en aandacht eist en wanneer je tekortschiet, eet het ding je op. Quite terrible, zoals de Britten dat zo prachtig kunnen bagatelliseren.
Mijn dappere poging het regelmatig bijhouden van mijn blog (weer) op te pakken doet me een beetje denken aan een passage uit mijn moeders oude dagboek. Mama had haar oude spullen een keer uitgezocht en opgeruimd en was dat dagboekje tegengekomen. Ze was er in begonnen te schrijven toen ze een jaar of negen was. In aandoenlijke grote kinderletters schreef ze over school, de mis, haar broers en zusjes en hoe “het regende als tuiten”. De laatste passage was geschreven in het nette handschrift van een studente. Op achttienjarige leeftijd had mijn moeder het dagboekje weer teruggevonden. Er stond: “Ik ben van plan vanaf nu elke dag tenminste iets op te schrijven!” De rest van de pagina’s waren blanco gebleven, tot mama het 30 jaar later weer terugvond. En nog steeds zijn de laatste bladzijden leeg.
Eigenlijk is ‘t absurd hoeveel ik nu te vertellen heb. Ik wil theatervoorstellingen met jullie delen (wie jullie ook mogen zijn), ontmoetingen, kleine geneugten, kleine ergernissen. Van alles wat. We hebben nu bijvoorbeeld ontzettend schattige jonge poesjes die net kunnen lopen en nieuwsgierig zoals alleen jonge wezens dat zijn de hele keuken en woonkamer aan het verkennen zijn.
Ik wil ‘t allemaal wel graag met jullie delen, maar ik ben bang dat datgene wat ik kwijt wil moeilijk in woorden is te vatten. Dat dan de ervaring verloren gaat en dit heel blog niet meer is dan een zielige benadering tot een prachtige werkelijkheid.
Bij dezen een iets minder naïeve en optimistische, maar opnieuw vastberaden tweede poging! Misschien vertel ik jullie morgen al wel iets over het verjaardagsfeestje dat ik vanavond geef ^^.