22nd
Marskramers santenkraam
Ik was het schaap en jij was het varken. Het stotterende meisje had iets van een ezel en er was een paard. Of we waren appels en bananen, sinaasappels, druiven en probeerden er zo smakelijk mogelijk uit te zien. Twee voor de prijs van één! Wie maakt ons los, wie neemt ons mee? Of we waren films, in hoesjes verpakt, waarvan het winkelend publiek alleen de achterkant kon lezen. “Dit is een meisje van 19 jaar,” zou er staan, “theaterstudente en existentialist”. De illusie van het kennen.
En zij stonden daar, met hun neuzen tegen het glas gedrukt dat hen van ons scheidde. Ze wezen en lachten, praatten en besloten wie van ons hen het meest aanstond. Van deze afstand, uiteraard.
Van dichtbij blijken schapen blind te zijn, varkens mager en paarden mank. Appels rot, bananen bruin, druiven met ontelbare bittere pitten. Maar dat doet er niet toe, zo lang de waar maar goed ligt uitgestald.
Ben ik te naakt voor hun blik? Te gedeukt, te gebutst, of misschien juist te gaaf. Wat willen ze zien? Wie willen ze zien? Wat doet het ertoe?
Ik kan niet mijn eigen koopwaar zijn.