18th
Alles is Gras
Gehoord bij de bushalte.
(JBp = Jonge Backpacker)
(OTM(z) = Oude Turkse Meneer (zwerver))
(KzM = Kozakken Muts)
JBp: In Kopenhagen staat een zeemeermin. Een beeld van een zeemeermin. Ja echt! Want Bassie en Adriaan gingen altijd op reis door Europa, met liedjes enzo, en ook in Kopenhagen bij de zeemeermin. Daarom weet ik dat die daar staat. Maar Adriaan is dood, hè!
KzM: Niet waar!
JBp: Jawel, Adriaan is dood!
KzM: Is Adriaan dood?
JBp: Ja! En ik stond aan zijn sterfbed. En weet je wat hij tegen me zei? Hij zei: “Jij moet verder door Europa reizen met Bassie.” Dus dat heb ik gedaan.
OTM(z): Ja, veel reizen. Door Europa.
JBp: Ja. Maar ja, Bassie had toch zoiets van: “Je bent wel een tof kereltje enzo, maar je bent niet Adriaan.” Nee, probeer maar ‘ns aan die standaard te voldoen! Dat lukt je niet.
OTM(z): Jij kunt goed toneelstukken maken, hè? Daar ben jij goed in.
JBp: Ja, ik ben ook bezig met een eigen boek te schrijven. Maar toen waren we dus in Kopenhagen, met die zeemeermin enzo, en toen zei ik: “Bassie, ‘t is mooi geweest.” Want ik was toch geen Adriaan, hè. En toen ben ik weer teruggegaan naar Nederland. En wat krijg je dan? Sneeuw!
OTM(z): Ja, sneeuw. Het sneeuwt hier heel hard.
JBp: Maar dat doet pijn, man. Dat doet echt pijn, weet je. Gewoon niet aan die verwachtingen kunnen voldoen.
OTM(z): Ja, pijn. Alles doet pijn. Wij moeten lijden, mijn vriend. Wij moeten altijd lijden. Wij zullen nog heel veel lijden, geloof mij.
JBp: Ja, echt? Wauw, man.
OTM(z): God zegene jou. God zorgt voor jou en zegent jou, mijn vriend.
JBp: Ja, hè? Maar ik heb nou een eigen Bassie. *Wijst naar KzM*
OTM(z): Is hij Bassie?!
JBp: Ja. Of nee, hij is een soort Bassie. Eigenlijk issie Putin. Hij is Russisch, zie je? Minister Putin. Toch, Putin?
KzM: Ja, helemaal. Dat ben ik. Putin. En Russisch.
JBp: Hier, wil je een sigaret?
OTM(z): Ja, lekker, die lust ik wel! Waar zijn die eigenlijk van gemaakt?
JBp: Sigaretten? Van een plant, toch?
KzM: Ja, tabak is een plant. Gedroogde bladeren.
JBp: Ja, een tabaksplant.
OTM(z): Nee…! Is dit een plant?
JBp: Een gedroogde plant.
OTM(z): Ja, ja. En waar komt eten dan vandaan?
JBp: Koeien!
KzM: Gras!
JBp: O ja, want koeien eten gras.
OTM(z): Al het eten is gras?
KzM: Ja, want koeien eten gras en wij eten koeien. En planten. Eten is gras.
JBp: Alles is gras!
KzM: Eigenlijk is tabak gedroogd gras.
OTM(z): Dit is gedroogde gras? *lacht* Niet waar. Dat denk ik niet. En waar is rook dan van gemaakt?
JBp: Ja, dat wordt wel heel filosofisch.