1st
Gewenning
Wat als liefde niet meer is dan gewenning? Mensen die veel met elkaar omgaan, constant bij elkaar in de buurt zijn, elkaar de ogen wel uit kunnen krabben op den duur, maar niet bij elkaar weg willen. Is dat liefde? Of twee mensen die bij gebrek aan beter genoegen nemen met elkaar, omdat ze nou eenmaal toch vaak bij elkaar in de buurt zijn en het vertrouwen van de herkenning verwarren met de vonk van liefde.
Als liefde gewenning is, maakt het niet uit met wie je begint. Uiteindelijk komt het dan allemaal toch op hetzelfde neer: het vertrouwde gezicht, de bekende stem, de aanraking waarvan je je niet meer voor kunt stellen dat die ooit van iemand anders was of ooit van iemand anders zal zijn. Dat is wat liefde maakt, in de praktijk.
In theorie zijn het uitgestrekte rozenvelden met hier en daar wat doorns, want ach, dat hoort er natuurlijk bij. Uitgestrekt velden met hier en daar een klimboom met een schommel, een meertje, een kronkelig pad naar de horizon, dat je samen volgt, hand in hand. En soms verdwaal je en soms struikel je, want dat hoort er natuurlijk allemaal bij. In theorie zul je ook alleen gaan houden van iemand om wie hij is, om hoe hij doet, om hoe hij lacht en eruitziet, om wat hij zegt en waarom.
Maar in de praktijk zul je gaan houden van degene die het dichtst bij is. Die je de meeste aandacht geeft. De weg van de minste weerstand wordt ook gevolgd door de liefde. Juist door de liefde. Want als er iets is waar liefde niet tegenkan, dan is ‘t weerstand. Ik weet niet wie ooit heeft bedacht dat liefde alles overwint, maar het is de grootste leugen ooit bedacht. Liefde overwint niks. Liefde lijdt. Gewenning, routine, gewoonte, dat overwint. De gewenning tegen hem aan te kruipen voor je in slaap valt. De routine hem een kus te geven als je hem ziet. De gewoonte om hem te geven, alsof hij ook maar iets heeft gedaan of betekend waardoor hij dat zou kunnen verdienen.
En zelfs wanneer die gewoonte wordt doorbroken - door één van beiden of beiden ongeveer tegelijkertijd - dan nog blijft ze in stand. Alleen niet meer met dezelfde persoon, maar met een ander. Een vergelijkbaar iemand, of juist totaal niet. Eigenlijk doet het er ook niet toe. Het gaat immers toch niet om wie, maar om wat. Het knuffelen, het zoenen, het vrijen, het samen ervaren, het delen, het aanraken, het huilen, het lachen. Pure gewenning. Uiteindelijk kan dat met iedereen. Bij sommigen iets sneller dan bij anderen. Maar de mens is niet gebouwd op eenzaamheid. Als haten of onverschilligheid te lang duurt, gaat men liefhebben. Om het even wie.
Ik zal nooit weten of je van mij hebt gehouden, houdt of zult houden. Nooit, waarschijnlijk.