28th
Martelaar
Dat elke zaak minstens drie kanten heeft is mij reeds bekend. Alle werkelijke dingen komen in drieën. Engelen, duivels en daartussenin de mens; het id, het superego en daartussen het ego; verlangen, angst en ergens daartussen de werkelijkheid.
Ik heb me nog nooit zo verwant gevoeld aan een woord als op het moment dat ik Herman Finkers hoorde zeggen dat het woord martelaar wordt gebruikt voor twee tegengestelden: niet alleen de martelaar, maar ook de gemartelde.
martelaar (de (m.); vgl. -aar) 1 iem. die om zijn geloof niet te verzaken zijn leven offert 2 iem. die veel lijdt voor een edele zaak of die het slachtoffer wordt van zijn beroep of bezigheden (…) 6 iem. die mensen of (m.n.) dieren martelt, syn. beul, folteraar, kweller, pijniger.
Hij is zowel het één als het ander. Ik zag het woord onmiddellijk temidden van zijn twee betekenissen en het werd voor mijn ogen bijna aan stukken getrokken. Ik had het gevoel dat ik in een spiegel keek. Eureka!
Ontspanning is het antwoord. Leer de één denken als de ander en ze zullen in elkaar overvloeien alsof dat altijd al de bedoeling was geweest. Wat natuurlijk ook het geval was. Een strikte scheiding is altijd kunstmatig, want in feite hoort alles bij elkaar, zonder dat ‘t ooit écht samen kan zijn. When you can never be completely unconditionally together, you can never really be apart either.
Ik ben alleen, maar zal altijd deel uitmaken van alles en daarom moet ik minder denken en meer voelen.
Punt