9th
Roodkapje
Sprookjes waren oorspronkelijk gruwelijker dan we ze nu kennen. Het waren symbolische verhalen over verraad, hoogmoed, zuiverheid, eerlijkheid, zonde en verderf, gestoofd in een saus van moraal en goede raad. Sprookjesvertellers deinsden er niet voor terug om allerlei gruwelijkheden te vertellen - van onthoofdingen tot zelfmoorden en van doorboorde harten tot executies - omdat dat juist bijdroeg aan de indruk die het verhaal zou achterlaten bij het publiek.
Zo kwam er in het verhaal van Roodkapje oorspronkelijk geen Jager voor - het verhaal eindigde bij het verorberen van Roodkapje.
Ik heb ooit in een populair wetenschappelijk blaadje iets gelezen over de filosofie en symboliek achter een schijnbaar onschuldig volksverhaaltje als Roodkapje. Roodkapje is de Jonge Vrouw die op het Rechte Pad moet blijven om zo de Gulzige Man niet tegen te komen. Roodkapjes kapje is rood als teken van vruchtbaarheid. De vraatzucht van de wolf is niets dan geilheid en zijn pogingen om Roodkapje te pakken te krijgen zijn de aloude versiertrucs die mannen door de eeuwen heen hebben bedacht om hun prooi te pakken te kunnen krijgen. Het is eigenlijk een heel cynisch verhaaltje: meisje verlaat het pad, wordt uiteindelijk opgegeten door de wolf, wordt niet gered door een Jager, want het kwaad is al geschied.
Ik voel me steeds meer Roodkapje worden, die per ongeluk van het pad af is gedwaald en plotseling overal wolven tegenkomt. Charmante, gluiperige, liegende, paaiende, vleiende, woeste wolven, die allemaal precies hetzelfde willen en me er op allerlei verschillende manieren van proberen te overtuigen dat ik dat ook wil. Maar er komt een punt dat ze verzadigd zijn. Dat ze me met niet meer dan een zwaai van hun staart (en soms zelfs dat niet eens) achterlaten - verdwaald, moe, hongerig - met afgekloven borsten, kapotgereten dijen, tranen in mijn ogen en maar één gedachte in de schemer van mijn hoofd: “…maar ooit was ik mooi.” Het besef dat oma dat ook moest hebben gedacht voordat hij haar met huid en haar verslond. En dan, als mijn vlees weer is aangegroeid, mijn wonden geheeld en ik mijn zelfgebaande pad weer vervolg, begint het weer opnieuw.
Ik heb laatst een Jager ontmoet, maar tot mijn geringe verbazing bleek hij - juist hij - de zoveelste wolf.