13th
Ik voel me koopwaar.
De laatste tijd is iedereen om me heen bezig met het bouwen van een CV. Op aanraden van iedereen ben ik er ook maar mee begonnen. Ik wil niet achterblijven straks op de arbeids(super)markt als door de klanten afgekeurd product. Dus bouw ik een CV.
Het is niet zomaar een maken, maar daadwerkelijk een bouwen. Het wordt een groot kasteel, een burcht waar je in kan schuilen en waar je mee kunt pochen. Eentje die je met eigen handen en kennis opbouwt door te stapelen, te passen en te meten. Hier een erkertje, daar een afdakje, hier een balkonnetje, daar een tuintje en een eindje verder nog een torentje. Het is de bedoeling dat je iets bouwt dat er zo anders mogelijk uitziet dan dat van anderen. Het moet jouw unieke bouwwerk zijn.
In feite is het je reclamepraatje, je “samenvatting”, in het Engels. Als een gebruiksaanwijzing. “Huisdieren niet in de magnetron stoppen”, “Deze persoon niet een hijskraan laten bedienen.” Of juist wel. We zijn net iets beter dan IKEA-producten: we hebben onszelf al in elkaar gezet.
Dus komt dat zien! De overheid vindt mij af, dus moet ik op de markt! Een kunstenaar zou blijven prutsen, veranderen, verbeteren, perfectioneren; het is de koopman die geld wil zien. Op Marxistische wijze ontstaat een kloof tussen haves en have-nots, tussen rijk bedeelden en armen. Een grote, gapende, brullende, schreeuwende kloof. Want zo werkt het systeem nou eenmaal. Gapend, brullend en schreeuwend werken we ons een weg naar een plekje in dit systeem, deze “samenleving”, die eigenlijk een “alleenleving” is. Er buiten vallen is geen optie.
(Toch?)
Al eerder gedacht en verwoord, maar natuurlijk anders.