22nd
Berg(k)eten
Sneeuwgordijn, als een filter uit een oude Disneyfilm, dat alles bedekt, verandert, de rauwe werkelijkheid aan het oog onttrekt. Vanaf een warm en veilig plekje lijkt het bijna uitnodigend. De vlokken wenken, de bergen lonken, het maagdelijke wit schreeuwt om bezoedeling. Plots begrijp je de Romantici, die de bergen in wilden, hun eigen pad wilden gaan, de beschaving zo ver mogelijk achter zich wilden laten. Maar als je gehoor geeft aan de roep van de bergen (the voices of the mountains zoals Disney’s Pocahontas ’t zo mooi kon verwoorden) zul je ontdekken dat de natuur niet zomaar mooi is. Van een veilige afstand zien we alleen haar schoonheid, die ze aan haar grootsheid ontleent, maar als ze ons eenmaal in haar armen heeft gelokt, blijkt haar wurgende kracht en dodelijke onverschilligheid.
Grote bergen bijten wél, met tanden van sneeuw en wind. Bijten wordt kauwen, een kloof wordt een keel en de berg zal je genadeloos verorberen. (Om-nom-nom). Hoeveel potentiële Ötzi’s liggen er niet verborgen onder de sneeuw? Wanneer alle sneeuw smelt, wordt de maag van de Alpen blootgelegd. Ski’s, wandelschoenen, rugzakken, stokken, snowboards en hun eigenaars. Plots begrijp je waarom zo veel Romantici voortijdig stierven. Verraderlijk verleidelijk, die bergen.