24th
Update
1. Bushokjes.
Het glas van een bushokje kan werken als een prisma, waarvan de regenboog alleen zichtbaar is in de schaduw. Er moet een soort symboliek in schuilen, maar ik weet nog niet precies welke. Ook: bushokjes fluiten naar voorbijgaande meisjes. Misschien ook naar jongens of omaatjes of verdwaalde hondjes, maar dat weet ik niet zeker.
2. Jonge dichter
Hij stond op een vlakke vloer met het publiek op een eenvoudige tribune tegenover hem. Hij droeg een nonchalant, bij de ellebogen wat versleten jasje en hield een blad papier in zijn hand. Hij had geen oog voor zijn publiek. De jonge dichter kon alleen maar kijken naar zijn woorden op het papier, alsof hij ze voor het eerst zag. Zijn stem was een zucht, een streling van klanken die opriepen tot liefhebben, ook al ging het gedicht daar helemaal niet over. Zijn publiek luisterde ademloos. Ze waren bang om deze jonge man te storen in het minnen van zijn dicht.
Dit alles weet ik van een onscherpe foto. De technologie staat voor niets.
3. Omafiets
Ze komt uit 1957. Ze heeft geen slot van zichzelf (dat was in die tijd nog niet nodig), wel een leerachtig spatbord (aan plastic deed men nog niet in de vijftiger jaren). Haar bel is helder en streng, haar frame tenger en kwetsbaar. Ze heeft een bagagedrager zonder snelbinders. In de jaren ‘50 bleven boodschappen immers gewoon achterop zitten als je ze dat vriendelijk vroeg. Dat moet je tegenwoordig niet meer proberen. Ze kostte €145,-: waarschijnlijk meer dan waarvoor ze als beginnend fietsje was verkocht. Ik gok een gulden of 50, indertijd.
Ik heb dan wel geen oma’s meer, maar ik wel een omafiets. Een echte.