Gedachten & Hersenspinsels RSS

Geachte Wereld,

Voilá, mijn eerste weblog, hoewel die term waarschijnlijk totaal niet de goede is. Een eerste weblog suggereert namelijk dat er in een verre of nabije toekomst meer zullen komen en waarom zou ik een tweede weblog beginnen als het eerste nog voldoet? Laat ik het anders formuleren: dit is mijn poging tot het bijhouden van een weblog en als deze faalt, dan weet ik dat bloggen gewoon niet mijn roeping is en ben ik weer een stap verder op mijn weg van zelfontplooiing. 0=)

Ik denk dat ik deze eigen webruimte ga gebruiken om wat losse flodder/fladdergedachten een plaats te geven en om beginnende verhaaltjes die in mijn hoofd groeien een digitale variant van water en zonlicht te geven, zodat ze misschien (eindelijk) uit kunnen groeien tot meer dan een handvol onsamenhangende hersenspinsels.

Ik ben benieuwd. =)

________________________________________

Andere vrijetijdsfilosofen en gedachtenschrijvers
- Jaap
- Eva Luna
- Bregje
- No Bravery
- Suushi
- Esra
- Mina
- Daily Disaster Girl
- Rutger
- Beautiful Smile
- Я. PrO_Ost

Archive

Mar
27th
Sat
permalink

De Kraai en het Roodborstje

Het was een prachtig zonnige dag in een zomerachtige lentemaand toen het Roodborstje vrolijk fluitend over de met zachte (rotte) bladeren bedekte bosgrond hupte. Ik weet niet of u, lezer, het weet, maar Roodborstjes zijn ware hedonisten. Ze zijn immuun voor regen en kou, moet u weten. Prachtige beestjes.
Het Roodborstje hupte dus door het bos, van boom naar boom en van graspolletje naar paddenstoel, tot ze voor zich een kolom van regen neer zag dalen op de bosbodem. Nieuwsgierig keek het Roodborstje op naar de bron van deze eenzame regenbui in het zonnige bos en zag hoog boven zich op de tak van een oude eik een Kraai zitten. De Kraai keek recht voor zich uit, dwars door de bomen heen, naar een onbestemde plek die wel ver buiten het bos moest liggen.
Het Roodborstje fladderde omhoog naar de tak waar de Kraai haar residentie had en ging naast haar zitten. De Kraai draaide een kraaloogje in de richting van het Roodborstje, kraste iets obsceens en ging wat bij het Roodborstje vandaan zitten. Boven het hoofd van de Kraai hing een onweerswolkje waar zo nu en dan gemene flitsen in oplichtten en onheilspellend gerommel uit rolde. Het Roodborstje vond het heel spannend om iemand te ontmoeten met een donderwolk boven haar hoofd. Het wekte haar nieuwsgierigheid.

“Hey, Kraai. Kraai! Hey Kraai!”
“Wát?”
“Vind je ‘t geen mooi weer vandaag?”
“Het regent.”
“Nee, de zon schijnt. En jij hebt een regenwolk boven je hoofd.”
“Dan regent het dus.”
“Nee het-… Maar-… Nee.”
“Leer praten of laat me met rust.”
“Ik kan prima praten,” kwetterde het Roodborstje verontwaardigd. “Maar jij kan niet luisteren.”
“Natuurlijk niet. Niemand is interessant genoeg om naar te luisteren.”
“Heb je ‘t wel eens geprobeerd?”
“Nee.”
Het Roodborstje begon steeds minder te snappen van haar mysterieuze takgenote.
“Maar-…”
“Wat? Ben je achterlijk of zo?”
“Nee, ik ben nieuwsgierig.”
“Nog erger.”
Een korte stilte volgde, waarin de Kraai haar veren een keer schudde onder haar persoonlijke onweersbui en het Roodborstje haar bedachtzaam gadesloeg.
“Waarom zit je onder een onweerswolk?”
“Ik zit niet onder een onweerswolk. De onweerswolk hangt boven mijn hoofd. Dat is iets heel anders.”
“O,” zei het Roodborstje, om er na enige overpeinzing aan toe te voegen: “Heb je ‘m nooit gevraagd of ie weggaat?”
“Wie?”
“Je onweerswolk.”
“Ik praat niet met wolken. Wie dat wel doet is een randdebiel.”
Het Roodborstje voelde zich beledigd. Ze praatte vaak met wolken, vooral met die in de vorm van konijnen en olifanten. Ze waren niet erg spraakzaam, maar wel heel vriendelijk.
“Maar,” ging het Roodborstje verder, “zou je dan niet een keer in de zon willen zitten?”
“Nee,” kraste de Kraai bitter. “De zon is een illusie. Een grote bal vuur op miljarden kilometers afstand. Waar is ze ‘s nachts? Weg. Onbetrouwbaar als de pest, die zon.”
“Maar ze komt toch elke ochtend weer terug?”
De Kraai wierp het Roodborstje een vernietigende blik toe en richtte zich toen weer op die ongrijpbare plek ver buiten het bos, waarvan ze het bestaan slechts vermoedde. Het Roodborstje werd een beetje treurig van de Kraai en besloot dat het tijd was om haar alleen te laten.
“Nou, dan ga ik maar,” tjilpte het Roodborstje. De Kraai bleef voor zich uit kijken, alsof het Roodborstje er niet was, nooit was geweest en zeker nooit meer terug zou komen.

Arme Kraai, dacht het Roodborstje toen ze opvloog.
KloteRoodborstje, dacht de Kraai, zonder het Roodborstje na te kijken.

Comments (View)
blog comments powered by Disqus