Gedachten & Hersenspinsels RSS

Geachte Wereld,

Voilá, mijn eerste weblog, hoewel die term waarschijnlijk totaal niet de goede is. Een eerste weblog suggereert namelijk dat er in een verre of nabije toekomst meer zullen komen en waarom zou ik een tweede weblog beginnen als het eerste nog voldoet? Laat ik het anders formuleren: dit is mijn poging tot het bijhouden van een weblog en als deze faalt, dan weet ik dat bloggen gewoon niet mijn roeping is en ben ik weer een stap verder op mijn weg van zelfontplooiing. 0=)

Ik denk dat ik deze eigen webruimte ga gebruiken om wat losse flodder/fladdergedachten een plaats te geven en om beginnende verhaaltjes die in mijn hoofd groeien een digitale variant van water en zonlicht te geven, zodat ze misschien (eindelijk) uit kunnen groeien tot meer dan een handvol onsamenhangende hersenspinsels.

Ik ben benieuwd. =)

________________________________________

Andere vrijetijdsfilosofen en gedachtenschrijvers
- Jaap
- Eva Luna
- Bregje
- No Bravery
- Suushi
- Esra
- Mina
- Daily Disaster Girl
- Rutger
- Beautiful Smile
- Я. PrO_Ost

Archive

Apr
19th
Mon
permalink

[A]nonieme [I]ntellectuelen

Ze zaten in een door tl-balken verlichte ruimte. Het had een oud klaslokaal kunnen zijn als er een schoolbord had gehangen, of als er tenminste een rechthoekige verkleuring op het behang had gezeten op de plek waar ooit een schoolbord had gehangen. Er hingen hier en daar wat posters met tenenkrommende tegeltjeswijsheden scheef aan de muren. De deelnemers zaten op simpele houten stoeltjes zonder armleuningen in een nette kring. Ze durfden elkaar niet goed aan te kijken. De gespreksleidster keek veelbetekenend de kring rond.
“Wie wil beginnen?” De aanwezigen leek stuk voor stuk dieper in zichzelf, elkaar of hun stoel weg te willen kruipen. De schaamte was tastbaar aanwezig in het vertrek, als een grote harige kat die langs ieders benen streek en op schoot kroop.
“Zal ik dan maar iemand aanwijzen?” vervolgde de gespreksleidster. Ze droeg een gemakkelijk zittende sportbroek, Crocs en een opkruipend haltertopje dat de tattoeage op haar onderrug half onthulde. Haar geblondeerde haar was opgestoken en haar make-up iets te overdadig aangebracht. De piercing in haar bovenlip glinsterde in het tl-licht toen ze glimlachte. Net toen ze met haar met een nepnagel getooide vinger iemand aan wilde wijzen, stak een heel dapper individu zijn hand op en hakkelde: “I- Ik begin wel.”
“Heel goed, heel goed, heel dapper! Vertel eens iets over jezelf. Hoe ben je hier terecht gekomen?” De man haalde diep adem, huiverde en keek gedurende zijn verhaal naar niets anders dan zijn voeten, die hij om de metalen stoelpoten had geslagen.
“Mijn naam is Mark en ik ben een schrijver.” Pauze. “Literair.” Een paar mensen hielden geschrokken hun adem in; hier en daar klonk zacht applaus. Mark haalde diep adem voordat hij verder ging. “Ik schreef wekelijks columns in een literair tijdschrift, publiceerde regelmatig boeken die vrijwel onmiddellijk verschenen in canons en op literatuurlijsten. Ik heb prijzen gewonnen. Heel veel prijzen.” Marks stem brak met het geluid van een droge snik.
“Heel goed, Mark, heel dapper. Wie volgt? Zijn er vrijwilligers? Liefhebbers?” Een zachte stem, vijf stoelen rechts van Mark, verhief zich in de angstvallige stilte die na Marks woorden was gevallen.
“Ik ben Eva. Ik… Ik ben promovenda aan de Universiteit van Amsterdam. En…ik…” Eva viel stil. Wat ze verder ook te zeggen had, het viel haar onnoemelijk zwaar.
“Waarop ben je gepromoveerd, Eva?” vroeg de gespreksleidster vriendelijk. Eva’s lip begon te trillen en haar ogen glansden net iets teveel in het felle licht.
“Waarheid en identiteit in het postmoderne tijdperk. Over hoe identiteit een maakbaar product is en net als alles onderhevig aan marktwerking, dat waarheid niet bestaat. Waarheid is een illusie! Haha! Ik heb ze er ook allemaal bij gehaald: Plato, Descartes, Kierkegaard, Heidegger, Nietzsche” - Eva begon maniakaal te grijnzen, haar beschaamd mompelen was een gestoord schreeuwen geworden - “Lacan! Derrida! Lyotard! Bourdieu! Allemaal! Ahahahahahaha!” De gespreksleidster wachtte geduldig tot de mannen van de beveiliging Eva kwamen halen. Vervolgens richtte ze zich weer tot de hele groep.”Zo. Ik hoop dat deze uitspatting van Eva jullie niet al te erg van je stuk heeft gebracht. Wie volgt?”
Niemand antwoordde.”Moet ik dan toch iemand aan gaan wijzen?”
De groep zweeg.
“Vertel jij eens iets over jezelf. Ja, jij, met de groene trui en de bril. Kom op, niet verlegen.” De man die werd aangesproken zat rechtop op zijn stoel, de benen over elkaar geslagen, de armen gekruist. Zijn blik was verdacht cynisch.
“Ik? Ik ben niemand. Onbetekenend. Een vlekje op het gezicht van de eeuwigheid.” Er steeg verontrust en verontwaardigd gemompel op uit de groep. De gespreksleidster keek de man indringend aan.
“Prima, Niemand. Waarom zit je hier?”
“Ik heb werkelijk geen idee,” antwoordde niemand. “Ik ben geen intellectueel als je dat soms denkt.”
“Weet je dat heel zeker?”
“Weet ik dat zeker? Natuurlijk niet. Niemand weet wat dan ook zeker. Kennis is macht, maar in feite is iedereen onwetend en dus machteloos.”
“Dat klinkt toch verdacht intellectueel, Niemand.” Niemand keek de gespreksleidster minachtend aan.”Ik doe niet aan intellect. Intellect is voor de zwakken van geest; het is de kapstok van het gepeupel, het stokpaardje van de politiek. Maar ik doe er niet aan mee!”
De aanwezigen keken de vreemdeling beurtelings bewonderend en medelijdend aan. De gespreksleidster zei: “Nou, Niemand, luister maar even naar de anderen. Dan kun je zien dat het echt niet eng is om uit te komen voor wie en wat je bent. Daarom ben je hier, om het onder ogen te leren zien en er de strijd mee aan te binden. We wensen je allemaal heel veel sterkte. Toch jongens?” De groep knikte braaf. Hier en daar werd iets gemompeld dat een steuntje in de rug of een verwensing had kunnen zijn.

Comments (View)
blog comments powered by Disqus