4th
A storm has passed
God, Jezus, wat heb ik al lang niks meer geschreven. Ik moet maar weer ‘ns, al is ‘t alleen maar om mezelf nog geloofwaardig (amateur)schrijfster te kunnen noemen. Het is niet zo dat ik niks had om over te schrijven - er is altijd wel wat om over te schrijven - maar ik had niks waarover ik wilde schrijven. Genoeg dat me bezig hield, maar niets wat ik wilde delen. Dat bleek toch een belangrijk nadeel van een weblog ten opzichte van een dagboek.
(Ik heb jarenlang een dagboek gehad en ik heb haar - want het was een meisje, vond ik - steeds een naam gegeven. Drie heb ik versleten, of vier. En toen van de ene op de andere dag stopte ik met schrijven. Geen idee waarom, but it just happened.)
Nu voelt het alsof er een onweer heeft gewoed. Niet zomaar een onweer, maar een razende storm. die aan de bomen trok alsof hij woedend was dat ze altijd maar op één plek bleven staan. Die de aarde overgoot met een stortvloed aan water dat overal en nergens vandaan leek te komen (misschien wel uit de ogen van treurende geliefden). Die de wereld af en toe hel verlichtte met als kwaadaardige tongen gevorkte bliksemschichten en die de grond deed trillen met een donder die klonk als de brul van een woedend hemelbeest.
En ik sliep er doorheen, alsof het nooit was gebeurd. Pas toen ik de volgende ochtend door het raam naar buiten keek zag ik dat de wereld was veranderd. Ik gooide het raam open en verwelkomde de eerste zonnestralen. Ze beschenen het gras en de bladeren die roken naar regen en leven. Ze deden een dappere poging de grond te drogen, waardoor de bedwelmende geur van warme, natte aarde opsteeg. Ze openden felgekleurde bloemen waarvan ik niet eens wist dat ze in mijn tuin stonden.
Is het vreemd dat ik wilde dat ik de storm in haar volle hevigheid had meegemaakt? Dit is zo zonde. Ik wil naar buiten, de wereld in die wakker is geworden toen ik sliep. Misschien is het ook maar beter zo. Typisch.